Museum de Fundatie beheert een grote en diverse collectie kunst. Dat komt met een verantwoordelijkheid. Niet alleen om voor de kunst te zorgen, maar ook om de vraag te stellen: waar komt deze kunst eigenlijk vandaan?
waar komt een kunstwerk vandaan?
Bij een kunstcollectie hoort niet alleen de vraag: wat zien we? Maar ook: waar komt dit kunstwerk vandaan? Daarom doet Museum de Fundatie onderzoek naar de herkomst van kunstwerken. We willen weten wie de vroegere eigenaren waren en hoe een kunstwerk uiteindelijk in de collectie is gekomen. Zo krijgen we meer inzicht in de geschiedenis van onze collectie. Ook willen we zorgvuldig omgaan met moeilijke vragen over bezit, verlies en teruggave.
We erkennen als Museum de Fundatie de pijnlijke geschiedenis van sommige kunstwerken en hoe deze in onze collectie zijn gekomen. Dit kan een groot gevoel van verlies met zich meebrengen. Vanuit deze betrokkenheid willen we zoveel mogelijk transparantie bieden over hoe we onderzoek doen en wat de uitkomsten zijn.
roofkunst in musea
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn veel kunstwerken geroofd. Dat begon al in 1933, toen de nationaalsocialisten in Duitsland aan de macht kwamen. Joodse mensen werden vervolgd en hun bezittingen werden afgepakt. Soms werden kunstwerken gestolen. Soms moesten mensen hun kunst onder dwang verkopen, bijvoorbeeld om te kunnen vluchten of om te overleven.
Dit gebeurde in Duitsland, maar ook in landen die door Duitsland bezet waren, zoals Nederland. Via kunsthandelaren, veilingen of particulieren konden geroofde kunstwerken later in musea terechtkomen. Ook na de oorlog kochten musea kunstwerken waarvan de geschiedenis niet altijd duidelijk was. Daarom is het belangrijk om die geschiedenis alsnog te onderzoeken.
Daarnaast zijn er in de koloniale tijd veel kunstwerken en voorwerpen uit landen buiten Europa meegenomen naar Europese landen. Ook daarvan is de herkomst niet altijd duidelijk. Lange tijd was hier minder aandacht voor, vooral in kunstmusea. Inmiddels doen musea hier gezamenlijk onderzoek naar. Museum de Fundatie sluit zich daarbij aan.
collectie Stichting Hannema-de Stuers Fundatie
Museum de Fundatie beheert twee bijzondere collecties. Beide collecties kennen een eigen geschiedenis. De eerste collectie is de collectie van de Stichting Hannema-de Stuers Fundatie. Deze collectie gaat terug op de verzameling van Dirk Hannema, de kunstverzamelaar die aan de basis stond van Museum de Fundatie.
Tussen 2009 en 2012 deed Museum de Fundatie uitgebreid onderzoek naar deze collectie. Dat gebeurde binnen het landelijke project Museale Verwervingen 1933-heden van de Nederlandse Museumvereniging. Aan dit project deden 162 Nederlandse musea mee. In dit onderzoek werd gekeken naar kunstwerken die vóór 1945 zijn gemaakt en na 1933 door het museum zijn verworven. Het doel was om te onderzoeken of er werken in de collectie zijn die tijdens het nazibewind onvrijwillig door hun eigenaar zijn afgestaan. Dat noemen we ook wel gedwongen bezitsverlies.
Tijdens de oorlogsjaren, toen Dirk Hannema directeur van Museum Boijmans was, werkte hij nauw samen met de bezetters. Zo trad hij tussen 1943-1945 op als gemachtigde van het Museumwezen voor de NSB. Ook onderhield hij in de oorlogsjaren contact met handelaren die een twijfelachtige rol in de kunsthandel speelden. Er zijn echter geen aanwijzingen dat Hannema op directe wijze zijn collectie heeft uitgebreid met objecten afkomstig uit gestolen Joods bezit.
Het onderzoek is nog niet klaar. Van veel objecten is de eigendomsgeschiedenis nog niet volledig bekend. Van ongeveer 977 objecten die vóór 1945 zijn gemaakt, is niet duidelijk van wie ze precies zijn verworven. Ook bij objecten uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika is de herkomst niet altijd duidelijk. Veel van deze objecten zijn ooit verzameld door Dirk Hannema. Daarom blijft verder onderzoek nodig. In 2025 heeft Museum de Fundatie, na herkomstonderzoek, een bronzen plaat teruggegeven uit voormalig koninkrijk Benin.
collectie Provincie Overijssel
Museum de Fundatie beheert daarnaast ruim 5.000 kunstwerken van de Provincie Overijssel. Belangrijke onderdelen hiervan zijn de collectie van ongeveer 250 schilderijen, aquarellen en tekeningen van Jan Voerman sr. en de collectie moderne kunst uit de periode 1900-1965 van Paul Citroen.
Ook naar deze provinciale collectie is onderzoek gedaan. Tot nu toe zijn er geen problematische werken gevonden. Voor dit onderzoek zijn veel bronnen bekeken. Denk aan oude inventariskaarten, kasboeken, kunstenaarsdossiers, archieven en publicaties. Niet van alle werken uit de collectie van Paul Citroen is de herkomst helemaal sluitend. Maar er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat de geschiedenis problematisch is. Citroen kocht vaak werken direct van kunstenaars of ruilde met hen. Hij hield zijn aankopen bij in kasboeken.
De collectie van Jan Voerman is voor een groot deel gekocht van verzamelaar Henk van Ulsen. Hij kocht de werken vaak van particulieren, erfgenamen van Voerman of op veilingen. Van sommige werken is niet bekend van wie Van Ulsen ze precies kocht. Daarom gaat ook het onderzoek naar de provinciale collectie door.
in gesprek over de geschiedenis
Museum de Fundatie zoekt actief het gesprek met mensen die mogelijk belang hebben bij de geschiedenis van een kunstwerk. Het museum begrijpt dat dit onderzoek lang op zich heeft laten wachten.
Het museum wil recht doen aan de geschiedenis. Als uit onderzoek blijkt dat een werk niet in het museum thuishoort, zal Museum de Fundatie dat respecteren en het werk teruggeven.