Hollands Nieuwe - mijn favoriet met Beatrice von Bormann

"Mijn vader en moeder zijn Duits, beiden van een gemengd Europese afkomst. Op mijn derde emigreerden we naar Nederland, nadat mijn vader wasaangesteld als hoogleraar Duitse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. We woonden in Laren. Achteraf gezien had ik in die tijd het liefst in Amsterdam willen opgroeien. Mijn ouders gingen daar naar alle leuke, wilde kunstenaarsfeestjes. Wel sleepten ze me van kleins af aan de musea in, zoals het Stedelijk. De eerste tentoonstelling die ik me bewust herinner, was van Jean Tinguely, in 1973. Fantastisch: je kon op allemaal rode knoppen drukken en dan ging iets bewegen!”

spannende stromingen

“Na school besloot ik in een tussenjaar op een kunstacademie in Londen te gaan schilderen, maar ten slotte vertrok ik naar Freiburg im Breisgau om kunstgeschiedenis te studeren. Ik was nieuwsgierig naar het land van mijn ouders, al waren zij niet direct enthousiast over mijn studiekeuze. Vervolgens studeerde ik in Parijs en Keulen. Eind jaren tachtig had Keulen een bloeiende kunst-, fotografie- en muziekscene; ik bleef er een tijdlang hangen. Tijdens mijn studie ontdekte ik het modernisme, met name uit de jaren twintig van de vorige eeuw: Dada, surrealisme, kubisme en expressionisme. Een spannende tijd leek me dat, al die richtingen die elkaar beïnvloedden en met elkaar botsten. Het was revolutionair: iets compleet nieuws bedenken en lanceren. Dat begon al rond 1900 in Wenen: de Sezession, met Gustav Klimt en kunstenaars die daardoor werden beïnvloed, zoals Oskar Kokoschka. Tegelijkertijd ontstonden het kubisme en expressionisme. Veel disciplines liepen door elkaar heen. Kunstenaars bezochten dansvoorstellingen, luisterden naar muziek en experimenteerden met film. Het lijkt wel of alle kunst van nu in die tijd werd uitgevonden.”

meer vrouwen

"De Fundatie bestaat uit twee locaties, midden in Zwolle en in Heino. Elk gebouw heeft zijn eigen karakter en publiek. De collectie, van ons en van de provincie Overijssel, loopt van de prehistorie en late middeleeuwen tot nu. Daardoor kun je er alle kanten mee op. Een rode draad is wel figuratieve kunst en we hebben enkele expressionistische schilderijen. Voor het retrospectief verzamelen van experimentele, abstracte, kubistische of constructieve kunst hebben we de middelen niet, maar we zoeken wel werken van nu die bij die stromingen aansluiten. Onze identiteit valt misschien te omschrijven als meerstemmigheid: we zijn zo breed en veelzijdig mogelijk. Zoals veel collecties in Nederland heeft De Fundatie nauwelijks werk van vrouwelijke makers en ook al haal je dat niet meer in, we proberen daar wel meer aandacht aan te geven. In dat licht is mijn keuze gevallen op Promenade van Olga Sacharova, een schilderij uit 1923. Ik vind het prachtig. Olga kwam uit Georgië, maar reisde veel, onder andere naar Rome en München, waar ze in contact kwam met de expressionisten. Ze verhuisde met haar Britse echtgenoot Otto Lloyd, eveneens kunstenaar, rond 1912 naar Parijs en tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Barcelona, waar ze samenwerkte met dadaïsten, onder wie Francis Picabia. Ze verkeerde in dezelfde kringen als Marie Vassilieff en Aleksandra Ekster, centrale figuren in de Russische en Oekraïense avant-garde in Parijs.”

met een knipoog

“Promenade is een intrigerend beeld: figuratief maar experimenteel in vorm en kleur, en op een fijne manier enigszins geabstraheerd. Het doet me denken aan het werk van August Macke en Amedeo Modigliani. Je kunt er allerlei verhalen bij bedenken. Die vrouw in die grijze jurk, helemaal achterin, is dat de gouvernante of de minnares? Het was de tijd van de flaneurs en de zondagswandelingen. Opgedoft, zien en gezien worden. Hier is een gezin aan de wandel, compleet met hofhouding, poedel en blauwogige siamees. Het schilderij heeft iets dromerigs en surreëels, maar ook ironisch. Humor mis ik soms in hedendaagse kunst. In Promenade bespeur ik een knipoog: die zondagse wandeling op je paasbest is een burgerlijk cliché, maar ineens zie je dat een van de vrouwen een kat draagt. De verhoudingen kloppen niet helemaal: de hond staat op een ander niveau dan de mensen. De ogen van de volwassenen zijn versluierd onder hun paraplu’s of parasols, terwijl de kinderen een bijna doodse uitdrukking in hun ogen hebben. Zien en gezien worden? Door de ogen van haar figuren te bedekken, waardoor je ze dus juist niet ziet, maakt Sacharova er een subtiel ironiespel van.”

Beatrice von Bormann

Geboren 1968, Berlijn
Opleiding kunstgeschiedenis; Franse en Engelse literatuur in Freiburg (1988-90), Parijs (1990-91) en Keulen (1991-96)
Loopbaan onder meer hoofd collecties en hoofdconservator Museum der Moderne Salzburg; conservator moderne kunst Stedelijk Museum Amsterdam (2017-2022); sinds januari 2023 directeur Museum De Fundatie.
Exposities Thuis bij Ter Borch, Ivna Esajas – In The Garden of My Good Days.
Woont sinds 2023 met haar honden in Zwolle

Tekst door Annemiek van Grondel voor Hollands Glorie

steun ons

Haal meer uit je liefde voor kunst. Word Vriend van Museum de Fundatie.